De dokter zelf als placebo

De dokter zelf als placebo

Blogs, Gerda Schapers

Posted on Tuesday, August 25th, 2015 at 5:36 AM by

Op 30 oktober 2014 sprak Fred Lee (schreef het boek ‘Als Disney de baas was in uw ziekenhuis‘) op het congres  ‘de Patient Centraal’ bij Domus Medica in Utrecht. Fred Lee toonde op basis van uitgebreid literatuuronderzoek het klinische effect van empathie aan.

Empathie is een van de werkingsmechanismen van het placebo-effect. De omslag van behandelen naar genezen, daarbij  kunnen zorggevenden actief gebruik maken van het ‘Placebo effect empathie’. Lee had een bijzonder inspirerend verhaal. Ik heb me eens in dit onderwerp verdiept.  Het lijkt een zeer onderschat psychologisch verschijnsel.

“Alle goede chirurgen weten dat er in de chirurgie geen placebo-effect bestaat . “ Gevleugelde woorden van de Amerikaanse  chirurg Bruce Moseley , vertelt Fred Lee. Om te achterhalen welk onderdeel van een operatie zijn patiënten nu precies afhielp van een akelige, afmattende pijn in de knie, probeerde hij in 2002 twee nieuwe technieken uit. Maar bij een derde groep patiënten voerde hij een nepoperatie uit. Met alles erop en eraan: verdoving, incisies. Moseley handelde zoveel mogelijk of het een echte operatie was, praatte met de assistenten, spetterde met water alsof hij het kniegewricht spoelde, en na veertig minuten hechtte hij de wonden. Tot zijn verbijstering vertoonde deze placebogroep na de operatie evenveel verbetering als de andere twee groepen. Pas na twee jaar hoorden de placebopatiënten dat zij een nepoperatie hadden ondergaan, en toen was er maar één patiënt die stond op alsnog een echte operatie. Een standaardingreep is dus niet altijd effectief.

Het verschijnsel placebo is bekend geworden door testen in de farmaceutische industrie. De Amerikaanse anesthesist Henry Beecher was de eerste wetenschapper die zich waagde aan het geven van percentages bij het begrip ‘placebo’. In 1955 kwam zijn invloedrijke artikel, “The Powerful Placebo” uit,  met een overzicht van vijftien geneesmiddelenonderzoeken waarbij men gebruik maakte van een placebogroep. Daaruit bleek dat bij een derde van de gevallen, gemiddeld 35 procent, de placebobehandelingen een bevredigend resultaat hadden opgeleverd. Sindsdien wordt het placebo- effect gezien als een wetenschappelijk feit. Bij een placebo gelooft de patiënt dat hij het geneesmiddel heeft gekregen terwijl hij in werkelijkheid een suikerpilletje slikte. Er komen soms wonderlijke resultaten uit: hoe groter de pil of hoe duurder, des te beter werkt hij. Een capsule werkt beter dan een pil en een injectie werkt nog het best. En als die injectie gegeven wordt door een aardige , meelevende verpleegkundige werkt het nog beter.  Omgekeerd werkt het trouwens ook. Een frappant voorbeeld daarvan is een onderzoek naar een nieuw soort chemotherapie. Tien patiënten kregen het middel en de andere tien patiënten kregen een vitamine preparaat. Na een paar weken waren ook drie mensen van de vitamine groep compleet kaal geworden. Je stuurt klaarblijkelijk een boodschap naar je hersenen die in handelen wordt vertaald.

Het grootste placebo-effect treedt op waarbij zowel arts als patiënt gelooft dat er sprake is van een krachtig nieuw medicijn ( dubbelblind onderzoek). Als de arts gelooft dat de behandeling minder effectief zal zijn, dan is het effect ook kleiner. En omgekeerd. Met andere woorden: behandelingen werken het best als zowel arts als patiënt er in geloven. Zit het allemaal tussen de oren? Onderzoek waard zou je denken. Maar placebo’s zijn nog steeds verdacht binnen de geneeskunde. Veel artsen beschouwen de term ” placebo” als een indicatie voor kwakzalverij, en dat zij zelf een belangrijke rol spelen in dit effect schuiven zij graag opzij. Misschien speelt hier mee dat het maar een kleine stap is van de ‘dokter als medicijn’ naar de dokter als ‘medicijnman ’? Verrassend is dat door de verwetenschappelijking van de geneeskunde mensen vaak  zoveel vertrouwen in hun behandeling of medicijnen hebben, dat het placebo-effect van niet-werkzame behandelingen is toegenomen. Lijkt me  toch de moeite waard om eens te onderzoeken hoe je zo’n geweldig groot effect in de geneeskunde kunt gebruiken om patiënten beter te behandelen. Maar de farmaceutische industrie heeft geen baat bij verder onderzoek, dat is duidelijk.  En door tijdgebrek vanwege efficiëntie-eisen en de financieringsstructuur van de zorg hebben dokters minder aandacht voor hoe zij met de patiënten moeten omgaan. Fred Lee is ervan overtuigd dat het succes van de zorg veel groter zou zijn dan nu als juist de empathische bejegening van patiënten  de kern van de gezondheidszorg zou worden.

Er is wel verandering zichtbaar. Artsen raken vertrouwd met de invloed van de psyche op ziekte en genezing door de komst van technieken als PET-scans en MRI’s. Want die apparaten  laten het letterlijk zien: geef patiënten een neppijnstiller, zeg tegen ze dat de pijn vermindert en dezelfde hersengebieden worden actief als bij degenen die een echte pil krijgen. Zo ziet de dokter het graag, dat is ‘geneeskunde op basis van bewijs’ oftewel Evidence Based Medicine (EBM) . Het placebo-effect kan dus het succes van de behandeling ondersteunen en soms zelfs vergroten. Fred Lee laat zien dat in ze in Amerika wat dat betreft toch weer eens voorop lopen. Op de Harvard Universiteit is  een speciale verplichte module voor artsen in opleiding waarbij de therapeutische waarde van het placebo-effect wordt onderwezen.

In Nederland heeft Jozien Bensing , hoogleraar gezondheidspsychologie aan de Universiteit Utrecht onderzoek gedaan naar de werking van het placebo-effect. Zij zegt in een interview in de Volkskrant : ‘Natuurlijk kun je kanker of een gebroken been niet genezen met het placebo-effect, daar zijn effectieve therapieën voor nodig. Het effect van placebo is vooral te vinden bij de symptomen van een ziekte, niet bij de progressie van de ziekte. Je geneest kanker niet met een placebo, maar wel kun je er de bijkomende symptomen mee terugdringen en daarmee de kwaliteit van leven verbeteren. Het zijn vaak de symptomen waar mensen last van hebben” . Uit haar onderzoek naar arts-patiënt  communicatie blijkt, precies wat Fred Lee in zijn presentatie ook aangeeft,  dat patiënten het belangrijk vinden als hun arts empathie heeft, belangstelling toont, hen serieus neemt en de mogelijkheid geeft hun verhaal te vertellen. Bensing: ‘Als mensen mij vragen of de alternatieve geneeswijze werkt, dan zeg ik ja! Niet omdat ze een werkzame behandeling biedt, maar wel omdat ze optimaal gebruikmaakt van het placebo-effect door het geven van aandacht en tijd aan patiënten.’

Bensing geeft aan dat uit haar onderzoek blijkt dat veel afhangt van hoe de arts communiceert: “Bij het placebo-effect gaat het om de manier waarop een medische behandeling wordt toegepast. Dat kan veel effect hebben, positief en negatief. Uit de literatuur blijkt dat de communicatie tussen arts en patiënt daarbij het meest krachtig is. Dat moet onderdeel zijn van de medische bagage, van de richtlijnen. Als je weet dat je daarmee aantoonbaar effect sorteert bij je patiënten, zou je als arts toch wel gek zijn om dat te laten liggen? Als de arts rekening houdt met de mechanismen die het placebo effect ondersteunen en tegelijkertijd aandacht heeft voor zijn patiënt zou de behandeling dus beter kunnen werken”.

Als patiënt wil ik ook geen neppil, maar ik heb ervaren dat mijn oncoloog (onbewust)  gebruik maakt van de kennis over het placebo-effect door mij optimaal te behandelen, aandacht voor me te hebben, naar me te luisteren en meegaat in de behandelingen die IK voor mezelf kies. Het lukt hem zelfs om mij na een “ slecht-nieuws-gesprek” toch tevreden de spreekkamer te laten verlaten. Want we hebben dan samen een goed plan opgesteld. Waar ik alle vertrouwen in heb.

Waar gaat het om in de geneeskunde, denk ik dan? Toch om de patiënt beter te maken of zich op zijn minst beter te laten voelen? En als de arts-patiëntrelatie daaraan kan bijdragen, lijkt het mij als opleider  van belang om artsen daarin op te leiden en te begeleiden. En dat zou ook nog wel eens klauwen met geld kunnen schelen. Want de kosten van ons gezondheidszorgsysteem blijven stijgen. In 2000 gaven we 8% van ons nationaal inkomen (BBP) uit aan collectief gefinancierde zorg. Nu is dat circa 15.3 procent en zonder ingrijpende maatregelen lopen de kosten op tot ruim 30 procent in 2040 . Die dure gezondheidszorg maakt tot op dit moment nauwelijks bewust gebruik van deze krachtige vorm van patiëntenzorg. En dat is jammer. Een goede ondersteuning van een behandeling zorgt voor minder artsenbezoek, lager gebruik van medicijnen en wellicht ook voor minder ziekteverzuim. Artsen hebben volgens mij hiermee een instrument in handen dat de ziektelast van patiënten kan beperken, geen negatieve bijwerkingen heeft en bovendien de zorg goedkoper maakt. De dokter zelf als wandelend placebo, Evidence Based.

  • Share this:

No comments

© 2015 Inspire2Live. All Rights Reserved.
Skip to toolbar